Nonsens over de staatsschuld

In een Opiniestuk in de Standaard van 19 februari veegt VRT-journalist Luc Pauwels op een wel erg makkelijke – of moet ik zeggen simpele? – manier de vloer aan met “onze beleidsmakers die verblind als konijnen staarden in de lichtbak van de groeiende economie”. Hij maakt zich ontzettend druk dat onze overheidsschuld niet gedaald is in absolute termen. Hij verwijt de politici dat ze ons iets wijs gemaakt hebben door te zeggen dat de schuld daalde als procent van het nationaal inkomen.

1) Volgens Pauwels had de Belgische staat al dertig jaar lang een gerechtsdeurwaarder op haar dak moeten krijgen omdat ze haar schulden niet afbetaalt. Denkt hij nu echt dat de schuldeisers van de staat zo lankmoedig zijn? Dat ze zouden nalaten hun rechtmatige terugbetaling op te eisen? Natuurlijk niet. De Belgische staat betaalt haar schulden wel degelijk af. En wel zo stipt, en met zoveel zekerheid dat ze geen enkel probleem heeft om die schuld te hernieuwen. Wel integendeel. Overheidsschuld, ja zelfs de Belgische, is in jaren niet zo gegeerd geweest bij beleggers.

2) Volgens Pauwels mag schuld die aangegaan werd niet gerelateerd worden tot het inkomen. Daarvoor bouwt hij een kronkelredenering op van een gezin dat aan zijn bank zegt dat het zijn schuld niet afbetaalt omdat het gezinsinkomens toeneemt via indexering en opslag. Begrijpe wie kan. Ik zei hierboven al dat de overheid wel degelijk haar schuld afbetaalt. En als Pauwels suggereert dat “last” van de schuld niets te maken heeft met inkomensveranderingen, dan zijn we nog verder naar huis. Hoe lichtbakkonijn moet je zijn om niet door te hebben dat een vaste afbetaling wel degelijk minder zwaar is als je inkomen toeneemt? Misschien moet Pauwels eens navragen bij alle mensen die een vaste afbetaling moeten doen en geconfronteerd worden met een inkomensdaling of de “schuldenlast” dan niet verandert. De daling van de overheidsschuld van 134% in 1993 tot 84% in 2007 betekent wel degelijk dat we als Belgische economie een kleiner deel van ons nationaal inkomen dienden te gebruiken voor intrestbetalingen op de overheidsschuld. Over dezelfde periode zijn de intrestbetalingen gedaald met maar liefst 8 miljard €. Uitgedrukt als procent van de overheidsuitgaven daalden de intrestbetalingen van 17,3% tot 7,7% van de uitgaven. Als Pauwels dan toch graag met een goede huisvader vergelijkt: de vader van een gezin met twee kinderen dat maandelijks 3500€ uitgeeft, ziet zijn uitgaven aan intrestlasten dalen van 605€ per maand naar 270€. Ik kan me moeilijk voorstellen dat deze goede huisvader deze extra budgettaire ruimte niet voelt. Dat we die extra ruimte opgesoupeerd hebben en niet gebruikt om een reserve aan te leggen om de vergrijzing te betalen is betreurenswaardig. Maar het

bewijst anderzijds wel dat er wel degelijk extra ruimte was, dus dat de overheidsschuld wel degelijk gedaald is.

3) Pauwels spiegelt “nulschuld” voor als het ideaal. Als hij dan toch zo graag de analogie maakt met de private sector, waarom zou dat ideaal dan ook daar niet gelden? Nonsens natuurlijk. Economen beseffen dat het een goede zaak is dat er op elk moment schuldeisers (beleggers) en schuldenaars (kredietnemers) zijn. Er wordt tijdelijk koopkracht geruild tussen diegenen die ze nu nodig hebben maar niet hebben en zij die ze wel hebben maar nu niet nodig hebben. Zoals met alle vrijwillige ruil leidt dit tot een welvaartsverbetering voor beide partijen. De financiële crisis is losgebarsten omdat deze kredietverstrekking buiten de lijntjes is gaan kleuren. Maar dat doet niets af van het fundamenteel gezond karakter van kredietverstrekking. Integendeel. De zware recessie in de reële economie wordt juist veroorzaakt door het ineenklappen van de kredietverstrekking. Er is dus geen enkele reden waarom een zero overheidsschuld beter zou zijn dan een positieve overheidsschuld. Wel integendeel. In de mate dat toekomstige generaties mee genieten van overheidsuitgaven die nu gebeuren, is het niet meer dan logisch hen deels mee te laten betalen. Daar dient overheidsschuld voor. Het echte lichtbakkonijn-gedrag van de laatste jaren situeerde zich overigens hier: terwijl iedereen zich blindstaarde op schuldratio’s van overheidsschuld in procent van het BBP (en op nooit goed gemotiveerde normen van 60%) liet men toe dat de private schuld, zeker in de US tot nooit gezien hoogte opliep. De gevolgen kennen we intussen.

4) Pauwels vergist zich het meest waar hij overheidsschuld en private schuld op dezelfde leest schoeit. De onbelangrijke buitenlandse schuld even terzijde gelaten, is de openbare schuld van de Belgische staat een schuld van de Belgische inwoners onder elkaar. Bovendien, en dat is een héél groot verschil, heeft de overheid de dwangmacht om belastingen te heffen als ze in de toekomst de middelen moet verzamelen om de intresten op de schuld of zelfs de schuld zelf af te betalen.

Geen enkel argument dat Pauwels gebruikt, houdt dus steek. En het enige argument dat hout snijdt, de kosten van de vergrijzing, raakt hij nauwelijks aan. Want één misverstand dat deze Opiniebijdrage zou kunnen teweeg brengen, wil ik wel uit de weg ruimen: er is wel degelijk een probleem met de Belgische overheidsfinanciën op de middellange en lange termijn. Er is dus reden tot bezorgdheid. Alleen is de recessie op zich al erg genoeg om ze niet nog zwaar te verergeren door als een “lichtbakkonijn” naar de overheidsschuld van dit jaar te zitten staren en daardoor geen relancebeleid te durven voeren. En dan ook nog eens naar de jaren àchter ons zitten staren en mokken om – inderdaad – gemiste kansen, zoals Pauwels doet, is al helemaal verloren tijd. Wat voorbij is, is voorbij. Vruchtbaarder zou zijn er onze regeringsleiders van te overtuigen dat we nu én een hoger overheidstekort moeten aanvaarden én een middellange termijn plan moeten klaar hebben om bij herneming van de economie de schuld terug af te bouwen.

Deze opinie verscheen in De Standaard op 20 februari 2009.